Als er breuken op het programma staan, brengen we altijd iets lekkers mee :-)
De kinderen verdeelden de cake in gelijke delen en namen dan telkens 1 van de twee, vier of 8 gelijke delen. We zeggen de breuk in het lang en daarna in het kort.
Vb één van de vier gelijke delen of één vierde
En daarna... smullen maar van die breuken!












Geen opmerkingen:
Een reactie posten